Jachthondenwerk

Afgelegd onder de hoogzit, aan de voet bij het bersen, het wondspoor zoeken van een ziek hert.
Fazanten voorstaan buiten in het veld, het dode zwijn in het bos „verbellen“.

 De patrijzen zoeken in het hoge gras, het uitlopen van het spoor van de vluchtende haas.
De eend brengen die geschoten is op het grote water, het neerhalen van een kreupel ree.

Tijdens een drijfjacht kent hij geen rust of pauze en brengt zijn baas zelfs de sterkste en zwaarste vos.

 Hij is scherp op roofwild en toont daarbij zijn grote moed, maar aan de voet van de baas is hij de liefste en beloofd eeuwige trouw.

  Heerlijk is zijn baard, en ruw is zijn jas, meestal bruin of zwart gemengd met grijs.

 Wie kent dat? Wie is dat? Wie zal dat toch kunnen zijn? In dat beeld past alleen een draadhaar hinein.

Vertaald naar een gedicht van Helmut Eisenberg

Het jachthonden werk voor een all-rounder als een draadhaar is onder te verdelen in 3 disciplines

– Het veldwerk op veerwild

2014-03-18 12.11.22-1
Bente voorstaan op patrijzen op de kleigrond.

 

Hier moet de hond in samenwerking met de voorjager zelfstandig een veld bejagen / afzoeken. Door het efficiënt gebruik maken van de wind en verwaaiing moet hij het aanwezige wild vastzetten (voorstaan) Op die manier kan de voorjager samen met de hond het wild op laten gaan en krijgt de jager de kans het wild te bemachtigen. Dit gebeurt zowel tijdens de jacht als ook op de daarvoor georganiseerde veldwedstrijden. Bij de veldwedstrijden wordt alleen nog maar gebruik gemaakt van een alarmpistool en wordt geen wild meer geschoten.

.

– Het apporteerwerk op kleinwild

Bente op de jachtdag bij Jan de Kort
Bente tijdens de jacht

 

 

 

 

 

 

Hier dient de hond het wild wat tijdens de jacht geschoten wordt op een zo effiecient mogelijke manier te bemachtigen en ter hand te stellen aan de voorjager. Dit kan zowel op land, water als ook in dichte dekking zijn. Naast de praktijkjacht kun je dit onderdelen ook beoefenen op een van de onderstaande wedstrijdvormen: KNJV proeven, Meervoudige Apporteerproef (MAP), Orweja Working Test (OWT), apporteerwedstrijd ter drijfjacht, en de Nimrod proef.

.

– Het nazoeken van gekwetst grofwild 

Beard - DSD - Rico van der Scheer
Beard & Rico op de Grote Prijs Jan Coldewey 2012

Nazoeken van grofwild is nodig wanneer b.v. een ree of wild zwijn is aangereden of aangeschoten en niet ter plekke is blijven liggen. Het gewonde dier vlucht weg en dient nagezocht te worden door een zweethond met begeleider om te zorgen dat een akelige leidensweg wordt voorkomen. Het nazoeken van het spoor gebeurt dmv druppels bloed (zweet), bodemverwonding, eventuele botsplinters of haren die verloren woredn tijdens de vlucht. Het zweethondenwerk is een heel specialistisch werk. De draadhaar kan hier prima voor ingezet worden, maar besef wel dat dit niet iets is waar iedere voorjager zo maar mee aan de slag kan. Kijk voor meer informatie op de site van de stichting Zweethonden Nederland